Overheidsparticipatie ‘Samenwerken in Doetichem’

In de gemeente Doetinchem voert de DKK de pilot 'Verdiepingsslag Overheidsparticipatie' uit. Het is een traject over samenwerking tussen bewoners en overheid, cultuurverandering, wederzijds vertrouwen en loslaten. Hoe is dit traject gegaan en ervaren? We hielden een interview met wethouder Ingrid Lambregts, verantwoordelijk voor de implementatie van overheidsparticipatie.

“Het is een complete zoektocht, maar wel eentje waar ik veel energie van krijg.” Aan het woord is Ingrid Lambregts, wethouder Ruimtelijke Ordening en Wijk- en Buurtontwikkeling van de gemeente Doetinchem. Zij is in Doetinchem bestuurlijk verantwoordelijk voor de implementatie van overheidsparticipatie. “Het is een totaal onontgonnen gebied, het is onwennig, maar de grootste winst is dat het nu op de agenda staat,” aldus Lambregts. De wethouder raakte bij het presenteren van het dorpsplan van het Doetinchemse dorp Wehl in gesprek met Peter van Heek van de vereniging Dorpshuizen en Kleine Kernen Gelderland (DKK). “We hadden het over van buiten naar binnen werken en hij vroeg mij wat wij als gemeente eigenlijk aan overheidsparticipatie deden. Nog niets dus. Burgerparticipatie kenden we al wel, we werken al tien jaar met wijkregisseurs”

 

Lambregts werd aan het denken gezet door de vraag en zo begon ruim een jaar geleden de verdiepingsslag overheidsparticipatie in de Achterhoekse gemeente. Een nationale pilot in opdracht van de Landelijke Vereniging van Kleine Kernen (LVKK), met geld van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De DKK begeleidde het proces en leverde een aantal cases van diverse bewoners- en gemeentelijke initiatieven. ““Die waren vooral bedoeld om met elkaar in gesprek te gaan en je in te leven in elkaar.” Aan de gesprekstafel zaten vertegenwoordigers van dorps- en wijkraden, hoofden en teamleiders van ambtelijke afdelingen, raadsleden en collegeleden.

Met behulp van de vliegwielen 'Initiatieven vanuit de samenleving' en 'Initiatieven vanuit de gemeente' werden de cases geanalyseerd met de bedoeling tot een visie te komen. De wethouder moet nog lachen als ze denkt aan het moment dat de visie opgesteld zou worden. “Het werd uiteindelijk een heel lange zin, waar niemand energie van kreeg. We keken er naar en op een gegeven moment zei de griffier: ik vind het helemaal niks. Ik dacht: hij heeft gelijk. Het was kennelijk niet logisch om een document te maken. Dus besloten we om acties te gaan bepalen, waar we gevoel bij hadden.” Dat resulteerde uiteindelijk in het (zelf)hulpboekje 'Samenwerken in Doetinchem' , een overzichtelijk zakboekje met tips.

Volgens Lambregts is overheidsparticipatie een kwestie van cultuurverandering. “Je komt er niet alleen door het in het coalitieprogramma te zetten. Je moet als gemeente mee-veranderen met de samenleving. Een andere houding aannemen, je gedrag veranderen. Het huidige systeem is gebaseerd op beleid maken en uitvoeren, maar het moet meer vanuit de bewoners. Stel een buurt komt met een voorstel voor de aanleg van een belevingspark op een plek waar woningbouw gepland staat, hoe reageer je daar dan als gemeente op, welke opdracht krijgen de vakambtenaren? Welk gedrag is passend als er initiatieven op je afkomen?”

De wethouder vindt dat de gemeente moet zorgen dat bewoners of ondernemers niet op rigide kaders stuiten als ze met een plan komen. Kernwoord daarbij is 'loslaten'. En de juiste vragen stellen in plaats van meteen antwoorden te geven.

In een deel van het hulpboekje worden overigens wel antwoorden gegeven in de vorm van steekwoorden of beter gezegd steekzinnen. Per bladzijde één opmerking. Zoals bijvoorbeeld 'blijf op je handen zitten'. Lambregts: "Dat heeft alles te maken met loslaten. Je moet het niet over willen nemen. Dat is soms vooral voor de vakambtenaren moeilijk. Niet omdat ze bemoeizuchtig zijn of wantrouwend, maar ze hebben veel vakkennis en daar willen ze iets mee doen, ze willen helpen.”

Andersom is het ook niet altijd makkelijk. In Gaanderen, ook een van de Doetinchemse dorpen, werd een gemeentelijk bosje, dat dringend om onderhoud vroeg, door de bewoners aangepakt. Het werd teruggebracht in de oorspronkelijke natuurlijke staat, waardoor de rivierduinen weer meer zichtbaar werden en er ruimte ontstond voor recreatie. In het kader van de overheidsparticipatie hield de gemeente zich op de vlakte, maar dat was voor de Gaanderense bevolking wel wennen. “Het is een hechte gemeenschap, waar de mensen heel helder kunnen zeggen wat ze willen, maar toch wilden ze van ons duidelijke kaders voor wat wel kon en wat niet. En als gemeente willen we die dan juist niet altijd stellen. Maar daar zijn we natuurlijk uiteindelijk wel uitgekomen.” Sterker nog, een van de kreten in het hulpboekje spoort aan tot het vieren van successen en dat is in Gaanderen dan ook letterlijk in een feestelijke bijeenkomst gebeurd.

Ze denkt dat overheidsparticipatie in dorpen soms makkelijker kan verlopen dan in wijken, juist omdat het vaak om een hechte gemeenschap gaat. “Maar het kan ook heel goed in wijken. Heel belangrijk is het vertrouwen dat mensen hebben in de overheid. Dat is over het algemeen toch broos en laag. Dan kan een cultuurverandering die ontstaat door overheidsparticipatie heel bemoedigend zijn.”


Lambregts merkt, dat ook voor de raadsleden het loslaten af en toe wat moeilijk is, vooral bij grote projecten. “Ze krijgen een goed uitgewerkt plan voor zich en hebben dan het gevoel dat ze alleen nog maar ja kunnen zeggen. De raad heeft nu gezegd, dat er iets moet komen als een opiniërende vergadering. Het is duidelijk dat de raad ermee worstelt, ik ben er over aan het nadenken hoe we dat gaan oplossen. Maar het gaat lukken, dat loslaten,” klinkt het opgewekt en vastberaden.

Wat er nodig is, is lef, zo lijkt het. “Ja,” zegt Lambregts, “durf een andere bril op te zetten, verplaats je in de inwoner, maar ook verplaats je in het raadslid. Durf je te laten verrassen, want je weet niet alle antwoorden. En begin er alleen aan als je er echt voor kiest. Niet omdat je modisch wilt zijn. Het is een stoomlocomotief die je op gang brengt en dat moet je echt willen, dan moet je echt doorzetten,” luidt het advies vanuit Doetinchem. 

 

Vervolgstappen voor Doetinchem:

Overheidsparticipatie heeft in Doetinchem inmiddels geleid tot vervolgstappen. Er komt een digitaal loket, waar de initiatieven zichtbaar worden gemaakt en dat beschouwd kan worden als een kennis-deel-platform. Inzichten digitaal ontsluiten, zoals wethouder Ingrid Lambregts het noemt.

Ook wordt er gewerkt aan een samenwerkingslab, een laagdrempelige (pop-up) plek, buiten het gemeentehuis, waar de voortgang van het leerproces besproken kan worden, waar de mensen op locatie aan de slag kunnen. “Het maakt echt uit op welke plek je dat doet, we hebben gemerkt dat de drempel van het gemeentehuis best hoog is,” aldus Lambregts. 

 

Landelijke uitrol:

De ervaringen van Doetinchem worden verwerkt in een training zodat de  Verenigingen Kleine Kernen kennis kunnen maken met de werkwijze, de resultaten in Doetinchem en het nieuwe materiaal. Hiermee kunnen provinciale VKK-medewerkers en vrijwilligers van iedere provincie de verdiepingsslag aanbieden aan hun gemeentes.

 

 

Tekst: Marjolein Rietman 

Locatie

Doetinchem
Deel: 

 

 

Kracht en initiatief van bewoners